nieuweheaderpuur970

‘Zoiets zou ik niet tegen een volwassene zeggen hoor!’

Laatst was ik op één van onze eilanden. We wilden wel jutten op het strand onder leiding van een echte eilander. Daarom stond ik in de rij van het bezoekerscentrum om een paar kaarten te bemachtigen.

huisje tersch

Een gezin met 3 kinderen kwam ook de ruimte binnen. Vader, oudste en jongste dochter liepen rond. Moeder sloot met zoon achter mij aan in de rij.

Eigenlijk wilde zoon ook wat rondscharrelen, maar z’n moeder hield hem tegen…

‘Als je nou niet oppast komt iedereen VOOR ONS IN DE RIJ’

‘BLIJF nou IN DIE RIJHIJ…straks blijven wij achteraan staan OMDAT JIJ NIET AANSLUIT!’

‘STA JE NOU IN DE RIJ OF NIET!’

Ik draaide me om om aan te geven dat ik inderdaad in de rij stond.

Waarop ze met blosjes op haar wangen vertelde dat ze het tegen haar zoon had

en ze zó nooit tegen volwassenen zou praten.

Best gek eigenlijk.

Als je aan ons ouders vraagt wie of wat belangrijk voor ons is, zeggen we volmondig: ‘mijn kind(eren)!’

Bij de vraag wat we onze kind(eren) gunnen, krijg je meestal antwoorden als: gelukkig, goed in z’n vel zitten, zichzelf kunnen zijn.

En toch doen we onaardiger tegen onze kinderen dan tegen wildvreemden?

Nou is dit geen pleidooi om onaardig te gaan doen tegen volwassenen, echter net zo communiceren tegen kinderen als wijzelf graag benaderd willen worden is WEL een mooi vooruitzicht.