nieuweheaderpuur970

LOES

Vijf jaar is ze, haar blonde lokken vallen om haar gezicht. Ze verschuilt zich achter haar moeder, zó spannend vindt ze het. Haar ogen zijn op de grond gericht. Haar ouders vertelden in de intake dat hun dochter niet graag naar school gaat. ’s Ochtends treuzelt ze en hoe dichter ze bij school aankomt, samen met één van haar ouders, hoe kleiner ze lijkt te worden. Automatisch geeft ze de juf een hand, omdat dat zo hoort, maar Loes kijkt de juf niet aan. Stilletjes en gebogen loopt ze dan naar haar plekje in de kring waar ze licht voorover gebogen wacht tot de juf begint.

De juf heeft verteld dat ze zich zorgen maakt om Loes. Ze maakt weinig contact, lacht nooit en ontwikkelt zich te weinig. De juf vraagt zich af of Loes niet nog een jaar moet ‘kleuteren’. Haar ouders hebben gemerkt dat hun dochter niet graag naar school gaat, maar weten niet waarom. Loes kan dat zelf ook (nog) niet uitleggen. Ook merken ze thuis dat Loes wél vrolijk is, alhoewel ze de laatste tijd wat bozer doet tegen haar broertje en minder knuffelt met hen.  Dat ze zich niet ontwikkelt begrijpen ouders ook niet. Vóór Loes namelijk naar school ging, was ze heel leergierig en was er weinig aan de hand.

Inmiddels kijkt Loes, vanachter haar moeder, wat rond in de ruimte, haar nieuwsgierigheid is gewekt. Wat is dat voor spelletje daar op de grond? Ze bekijkt het, maar wil het nog niet spelen. En dat is met veel dingen zo, Loes bekijkt wat er is, ze neemt de ruimte in zich op. Haar moeder mag nog niet naar de gang. Dit mag wel de tweede keer, mam is er tien minuutjes bij, dan mag mam naar de gang van haar. Blijkbaar is het minder spannend voor haar om hier te zijn.

Wel speelt ze nog liever alleen, maar vindt het fijn dat ik naast haar zit. Loes kijkt me niet aan. Ze kleedt de barbie uit en weer aan, propt alle kleren in de koffer en herhaalt dit zo een paar keer. Daarna worden alle kleren op een hoop over de barbie gegooid, barbie bedolven onder alle balast. Ik vertel in kindertaal wat ik zie en vraag of het klopt en bijna niet te zien knikt ze van ja. Ik heb het begrepen. Ze wisselt af van spel.

Loes laat me zien dat ze de wereld om haar heen heel spannend vindt. In het kasteel is één baas met twee helpers, echt sterk zijn ze nog niet. Om het kasteel heen staan allemaal ridders, klaar om het kasteel met baas en helpers aan te vallen. Loes is voor de baas en zijn twee helpers, ‘maar ja die zijn nog slap’. Hoe de baas sterker kan worden, weet ze nog niet.

Ik stel voor om een potje te zwaardvechten en laat de zwaarden zien. Ook al is het spannend, toch durft Loes de uitdaging aan te gaan. Ze wint glansrijk! Hierna merk ik dat ze elke keer wanneer ze komt sterker wordt, mij aankijkt en aangeeft wat ze nu weer heeft bedacht, stoere dingen als legers bouwen in het zand en een soldatengevecht, zwaardvechten met pistolen erbij, hele verhalen met de actionmannen worden gespeeld, voetballen en nerfen op elkaar. Loes heeft een heel stoere en sterke kant die onderbelicht was, maar nu geheel naar voren komt!

de kleine bange mezelf

Dan is het tijd om te laten zien wie er nog meer is. Dat durft Loes nu. Een kleine bange mezelf die dingen spannend vindt. In de klas, nieuwe dingen of op zwemles. Maar omdat ze zich nu wel sterk voelt en niet meer slap, wil ze deze kleine bange mezelf wel helpen. Ze knuffelt haar en vertelt dat ze best wel mag meekijken als zij mij in mootjes hakt tijdens het zwaardvechten. Ze vertelt de bange kleine mezelf dat ze haar eerst niet kon helpen en nu wel en ze haar nooit meer in de steek zal laten, echt nooit meer! De kleine bange mezelf is opgelucht en meteen veel minder bang, eigenlijk is ze zelfs wel een beetje nieuwsgierig naar wat er komen gaat met zo’n grote sterke Loes!

Thuis en op school is deze verandering niet onopgemerkt gebleven. Op school kijkt ze iedereen aan als ze dat tenminste zelf wilt, ze is geïnteresseerd in allerlei opdrachtjes van school, maakt vriendinnen en heeft speelafspraakjes. Thuis leert ze zichzelf al snel lezen, haar leergierigheid & nieuwsgierigheid zijn weer terug. Loes gaat weer met plezier naar school. 

Bij de overgang naar groep 3 is het nog even spannend voor ouders, blijft het zo goed gaan? Maar die vrees bleek onnodig. En ook het knuffelen gebeurde weer volop! Loes en ik hebben afscheid genomen, ze kan en doet het weer zelf…

Ik heb iets stoms gedaan…

‘Eveline, ik heb iets stoms gedaan,’ zegt Maud van 9, terwijl ze haar limonade opdrinkt. ‘O, ja?’ vraag ik. Maud knikt snel met haar hoofd op en neer van ja. ‘Wat deed je dan?’ vraag ik verder. ‘Bij het uitdelen van de beurten van de boekbespreking heb ik als laatste mijn vinger opgestoken’. ‘O,’ zeg ik, ‘wat is daar stom aan dan?’ ‘Nou’, zegt Maud, ‘Ik had tegen mijn vader en moeder gezegd dat ik als eerste zou gaan’. Ik ben benieuwd waarom ze haar idee veranderde en vraag haar naar de reden van haar wijziging. ‘Ik vind het eigenlijk zelf veel fijner om als één van de laatsten te gaan, want dan heb ik meer tijd om te oefenen én ik kan een beetje afkijken hoe anderen het aanpakken en daarvan leren’. Een heel goede reden zo, maar ja haar ouders hadden andere ideeën en nu was ze in conflict. Haar hart en Eigen-wijsheid volgen of het idee van haar ouders?

Met lego bouwt ze aan een raket. Opeens pakt ze twee bomen, een grote en een kleine boom. Ze plaatst ze dicht naast elkaar. Zo dicht tegen elkaar dat het lijkt dat de kleine boom geen ruimte heeft, omdat de grote boom deze overschaduwt. ‘Hoe is het voor de bomen om zo te staan?’ vraag ik. 

 Maud kijkt eens goed naar ze. ‘Eigenlijk helemaal niet ok,’ zegt ze. ‘Die kleine heeft het benauwd en wil zelf kunnen groeien op een eigen stukje grond’. ‘Hoe ga je dat doen?’ vraag ik. ‘Nou zo!’ zegt ze en ze verplaatst de kleine boom een stukje verder weg. Nog wel bij de grote boom in de tuin, maar met voldoende ruimte om op eigen wijze te kunnen groeien. Maud gaat weer verder met haar raket. Dan maakt ze aanstalten om haar laarzen uit te doen. ‘Ik ga mijn laarzen uitdoen’, zegt ze. Ik reageer even niet, want ben nieuwsgierig waarom ze dit zegt en niet gewoon doet. Opnieuw zegt Maud dat ze haar laarzen uit doet zonder het te doen. Onderzoekend kijkt ze me aan. En opnieuw de zin: ‘Ik ga mijn laarzen uitdoen’. Weer kijkt ze me aan. Nu zeg ik: ‘Als jij je laarzen uit wilt doen, dan doe je ze toch gewoon uit?’ ‘Ja!’ zegt ze met een big smile op haar gezicht en ze mompelt zachtjes, maar net genoeg dat ik het nog kan horen: ‘Hier kan ik gewoon doen wat IK wil en fijn vind.’

Later met haar ouders praten we over het vergroten van haar zelfregie. En dat ze dat o.a. nodig heeft om haar probleem op te gaan lossen. Haar ouders willen het allerbeste voor haar en het doet hen pijn om hun dochter soms zo te zien worstelen. Daarom zijn ze haar veel uit handen gaan nemen en (te)veel gaan helpen. Misschien was dat helpen in het verleden ook echt nodig, maar nu werkt het belemmerend voor haar proces en is een andere rol van ouders nodig. Dat bespreken we en ook op welke wijze ze hun dochter wel kunnen ondersteunen. Niet om het voor te zeggen of al te regelen, maar het vertrouwen te hebben om je kind zich een bult(je) te laten vallen en ook weten dat het weer goed komt. Soms al coachend aan de zijlijn en steeds minder nodig. Totdat je kind het weer zelf kan en doet en je verstelt staat van zijn of haar mogelijkheden en talenten. Van ouders hoor ik vaak achteraf: ‘We hebben ons kind weer terug én met een beetje meer’.

En Maud? Zij pakte de twee pesters aan in de klas. Met haar eigen oplossingen en veel meer kracht kon ze heel duidelijk aangeven dat ze dit niet meer pikte waardoor het pesten ophield en ze vanaf toen weer wél fijn naar school ging.

Kinderen die vragen worden overgeslagen…

Floor is vandaag voor het eerst in de praktijk. Dat vindt ze heel spannend te zien aan haar rode wangen en het neerslaan van haar ogen. Ze drukt zich dicht tegen papa aan. Aan de andere kant merk ik ook een beetje een nieuwsgierige Floor op, die zo af en toe haar ogen opslaat om te kunnen kijken wat er eigenlijk allemaal in de ruimte is en wie ik nou ben. Haar interesse is al snel gewekt door wat materialen in een kast en ze probeert hier en daar wat uit.

Als Floor hoort dat je beneden in de zaal ook kunt voetballen, of boksen of koprollen maken of nog andere dingen kan doen die jezelf kan bedenken, is ze over de streep en trekt ze me mee. Papa moet ook mee. Best al wel stoer hoor, zo’n eerste keer en dan naar een nieuwe grote ruimte om verder te kunnen ontdekken. In de zaal hangen grote bokszakken waar Floor tegenaan bokst: ‘Kijk eens hoe sterk ik al ben!’

Floor kan al vertellen waarom ze naar hier komt. Ze vindt veel dingen heel spannend en durft dat nog niet alleen te doen. Dat is best wel een probleem vindt ze. Ze wil het graag anders: ‘Dat ik voortaan gewoon alleen naar de klas kan of wél naar een feestje durf!’ Wat een mooi verlangen van Floor, dát is dus waar we naar toe willen. Werk aan de winkel!

Als we weer terug zijn in de speelkamer boven ziet Floor de pot met snoepjes staan. Ik zie een glunderend gezicht en ze vraagt aan mij of ze een snoepje mag.

Op dat moment horen we allebei:

‘Kinderen die vrágen, worden óvergeslagen’

Haar vader kijkt er een beetje streng bij. Floors gezicht betrekt, haar uitgestoken hand verslapt wat en haar schoudertjes zakken iets naar beneden.

‘O, wat grappig, hier geldt dat helemaal niet.

Hier is het juist knap als je aangeeft wat je graag zou willen,’ zeg ik en ik nodig Floor uit om het aller-aller-lekkerste snoepje uit te kiezen. En dat doet ze.

Wat later tijdens een oudergesprek bespreken haar ouders en ik waarom het zo belangrijk is dat kinderen aangeven wat ze graag willen. Welke kansen er hier allemaal liggen voor een kind en volwassenen om in contact te zijn en te leren. Je leert bijvoorbeeld jezelf uit te spreken of je leert om te gaan met een teleurstelling als je ‘nee’ hoort. Als ouder kun je leren om (nieuwsgierig) door te vragen, zodat je de beweegredenen van je kind steeds fijner leert kennen.

Zo’n zin is natuurlijk al eeuwenoud.
Die hoorde jij als kind waarschijnlijk ook!

En die heb je toen jezelf kinderen kreeg  behouden of overboord gekiept. (En als je dit nu leest en denkt: ‘Verrek, ik gebruik die zin ook nog, maar ik ben het er eigenlijk helemaal niet meer mee eens!?’ Lach er even flink om en doe ‘m gewoon weg.)

Afijn…ik heb deze zin niet gebruikt bij de opvoeding van mijn kind, inmiddels nu een puber van 15 jaar. Maar hoe die zin nog in mijzelf zat, ondervond ik van de week in contact met de telefoniste van de H&M. Ik had iets besteld wat niet kwam. Een paar keer gebeld met de klantenservice, ging allemaal vriendelijk, niks aan de hand. Bestelling kwam alleen niet. Dus toch weer gebeld waarbij de dame aangaf dat het echt een vergissing was van hen.

Mijn dochter siste op de achtergrond:

‘Mam je moet wel even vragen om korting hoor,

dat doet iedereen met deze dingen en dat doen ze gewoon’.
Ik knikte stilletjes, een beetje kleiner al. De dame maakte excuses en vertelde dat ik de bestelling opnieuw kon bestellen. ‘Ja dat zal ik doen,’ hoorde ik mezelf zeggen en het gesprek werd beëindigd. ‘Heb je nou om korting gevraagd?’ vroeg mijn dochter. ‘Ehm, nee,’….zei ik. ‘Mammmm!’ zei ze, ‘Dat doet iederéén!’

En ik moest ineens zo hard lachen in en om mezelf. Die zin, ook al nooit ingezet bij mijn dochter of andere kinderen, bleek gewoon in m’n binnenste getatoeëerd: ‘Kinderen die vragen worden overgeslagen’ en belemmerde míj nu nog stééds.

Heel snel in de prullenbak daarmee!